
Pathologie
Het carpale-tunnelsyndroom ontstaat door compressie van de nervus medianus in de carpale tunnel van de pols. Deze tunnel is een smalle doorgang aan de handpalmzijde van de pols waar de pezen van de vingers en de zenuw doorheen lopen. Door vernauwing of druk op de zenuw ontstaan tintelingen, pijn, branderigheid of gevoelloosheid, meestal in de duim, wijsvinger en middelvinger. Aanvankelijk treden de klachten vooral ’s nachts of ’s ochtends op, maar later kunnen ze ook overdag voorkomen, bijvoorbeeld bij autorijden, schrijven of gebruik van een smartphone/tablet. Bij ernstige of langdurige compressie kan er krachtverlies in de hand optreden.
Onderzoek
Het klinisch onderzoek door een arts is vaak voldoende voor de diagnose. Bij twijfel kan een elektromyografie (ENMG) worden uitgevoerd om de functie van de medianus zenuw te beoordelen en de ernst van de compressie vast te stellen.
Behandeling
Niet-chirurgisch
Chirurgisch
Indien de klachten aanhouden of terugkeren ondanks conservatieve behandeling, kan een carpale-tunneloperatie nodig zijn. Tijdens de ingreep wordt het dak van de carpale tunnel geopend, zodat de medianus zenuw vrij kan bewegen. De nachtelijke tintelingen verdwijnen nagenoeg direct na de operatie, terwijl kracht- of mobiliteitsherstel bij ernstige compressie enkele weken tot maanden kan duren.
Herstel
Na de operatie krijgt de patiënt meestal een verband of spalk en wordt het belangrijk om de vingers normaal te bewegen. De volledige genezing van de operatie van de carpale tunnel duurt ongeveer twee weken, wat ook de periode is tot het verwijderen van de hechtingen, tenzij deze oplosbaar zijn; in dat geval vallen ze vanzelf uit. De volledige herstel van kracht en functie kan enkele weken tot maanden duren.