Pathologie
Een springvinger wordt veroorzaakt door een irritatie van de peesschede van de buigpezen van de vingers, met verschillende mogelijke oorzaken. De buigpezen glijden langs de vinger in een kanaal dat wordt versterkt door ringen, de zogenaamde pulleys. Om soepel glijden mogelijk te maken, zijn de pezen omgeven door een synoviale schede.
De aanwezigheid van een nodule op de pees kan het glijden door de schede bemoeilijken tijdens bewegingen van de vinger. In het begin kan pijn of ochtendstijfheid optreden bij het bewegen van de aangedane vinger, die meestal afneemt bij activiteit. Naarmate het conflict verergert, worden de symptomen constant, gevolgd door intermitterend blokkeren of “schieten” van de vinger. In gevorderde gevallen kan de vinger vast komen te zitten en is soms de hulp van de andere hand nodig om deze te ontgrendelen. De duim en ringvinger zijn het vaakst aangedaan.
Onderzoek
De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de klinische voorgeschiedenis en het lichamelijk onderzoek van de hand. Bij twijfel kan een echografie worden uitgevoerd om de aandoening te bevestigen.
Behandeling
Niet-chirurgisch
In een vroeg stadium wordt vaak een cortisone-injectie in de peesschede van de buigpezen gegeven. De pijn op de injectieplaats kan tijdelijk twee tot drie dagen toenemen.
Chirurgisch
Wanneer de symptomen aanhouden of terugkeren, kan chirurgie nodig zijn. Het doel is het verwijderen van het conflict tussen de buigpees en de eerste pulley van het digitale kanaal door deze pulley te openen. Het “schieten” of blokkeren verdwijnt direct na de operatie, terwijl eventuele bestaande bewegingsbeperkingen enkele weken nodig hebben om te verbeteren.